Minister kamp van Sociale Zaken gaat na een motie van de PvdA en de ChristenUnie onderzoeken of vroegpensioen voor mensen met zware beroepen mogelijk kan blijven. Ook wil de minister een financieel toetsingskader.
De discussie in de Tweede Kamer vorige week heeft een hele serie ontwikkelingen in gang gezet. Door de discussie zelf, maar ook door moties van de PvdA en ChristenUnie. Voorlopig zijn het voorstellen van de minister van Sociale Zaken, maar de Tweede Kamer gaat voor wetgeving, voor zekerheid.
Vroegpensioen voor mensen met een zwaar beroep moet volgens de motie van de PvdA en de ChristenUnie mogelijk blijven. Mensen met een zwaar beroep, die vaak ook al jong met hun werk begonnen slijten harder en zouden daardoor eerder moeten kunnen stoppen met werken om nog te kunnen genieten van het leven. De minister zoekt nu naar mogelijkheden om mensen met een zwaar beroep toch met vroegpensioen te kunnen laten gaan. Eerder bleek al dat een zwareberoepenregeling juridisch niet kan, dus zoekt de minister waarschijnlijk naar een inkomensgrens.
Verder was er de motie over de verlengende WW-uitkering (IOW). Opnieuw eisten de PvdA en de ChristenUnie van de minister dat hij oudere werklozen ook wanneer de pensioenleeftijd 66 jaar is een WW-uitkering kunnen behouden. De minister wil de IOW tot 2021 in de lucht houden, maar de twee politieke partijen eisen nu al een structurele oplossing.
Minister Kamp wil het misschien wel belangrijkste kritiekpunt van het pensioenakkoord, de beleggingsvrijheid aanpakken. Zo moet er volgens de minister een financieel toetsingskader komen, waarin een bandbreedte wordt opgenomen waarbinnen fondsen mogen opereren. Dus ook een maximum aan de hoogte van de rendementen waarmee pensioenfondsen mogen rekenen. De pensioenfondsen moeten in het financieel toetsingskader hun beleggingsplannen eerst ter goedkeuring voorleggen aan De Nederlandse Bank die toezichthouder is.
De details die de minister nu aanbrengt en waarmee hij het pensioenakkoord omzet in wetgeving dienen er enerzijds voor de sociale partners tevreden te houden en anderzijds voort te gaan op de weg naar wetgeving of de sociale partners dat nu leuk vinden of niet. Zolang de minister een politieke meerderheid in de Kamers vindt kan hij verder gaan op zijn ingeslagen weg de AOW en het pensioen (voor zover zijn invloed op de pensioen rijkt) te herzien.
