Omdat het pensioen en de lijfrente al ingaan in de maand waarin je 65 jaar wordt betaalt de nieuwe 65-plusser langer het hogere belastingtarief en heeft daarmee een extra tegenvaller.
In veel cao’s staat de maand van de 65ste verjaardag als het automatisch einde van het dienstverband en in die maand beginnen pensioenfondsen en verzekeraars met de eerder afgesproken uitkeringen. Omdat de AOW vanaf 2013 een maand later ingaat dan de maand waarin je 65 wordt lopen de nieuwbakken 65-plussers een extra financieel nadeel op. Vanaf volgend jaar betalen ze namelijk over de maanden waarin ze al wel 65 jaar zijn, maar nog geen AOW ontvangen nog gewoon de AOW-premie. Die AOW-premie vervalt pas in de maand waarin de eerste AOW ontvangen wordt, dat scheelt 17,9 procent heffing. Een tegenvaller die al snel € 100 per maand bedraagt. De tegenvaller zou te omzeilen zijn door een maand langer te werken, maar het automatisch ontslag staat die mogelijkheid vaak in de weg.
Mensen die een vut of vroegpensioenuitkering ontvangen hebben het zelfde nadeel, ook zij betalen langer de AOW-premie als de vut of vroegpensioenuitkering doorloopt tot de eerste AOW. Ontvangers van een WAO of andere uitkering die tot het ontvangen van de eerste AOW doorloopt betalen wel langer meer belasting, maar hebben tenminste geen inkomensval door het ontbreken van de AOW. Als ze al wel pensioen of lijfrente krijgen gaan ze er zelfs (een beetje) op vooruit.
Nico van Scheijndel
19 december 2012
